Verkondiging op 15 mei 2011, Vierde zondag van Pasen, in de Laurentiuskerk te WeespHand. 2, 14a + 36-41, 1 Petr. 2, 20b-25, Joh. 10,1-10
Het evangelie van vandaag stelt ons voor twee mooie beelden. Aan een kant zien we Jezus als herder op de andere zien we Jezus als deur. Wat is de deur? De deur is de breuk van de continuïteit van een muur. De deur is de mogelijkheid om van het ene vertrek naar het andere te gaan. Vroeger waren er de grote poorten van de steden die heel belangrijk waren. Vandaag de dag zijn er de deuren van onze technologische wereld die ons toegang geven, via onze computers, aan de hele wereld: E-mail, UBS etc. Wij hebben ook biologische deuren. De 5 zintuigen geven ons de mogelijkheid om te kunnen communiceren. Zij kunnen open of gesloten zijn. Er wordt wel gezegd dat er niemand zo doof is als degene die niet wil horen. Christus is een deur, hij laat je naar binnen of naar buiten gaan. Christus stelt zich aan ons voor met deze functie omdat we ons soms gevangen voelen binnen een schaapskooi . Gesloten in een onbegaanbare eenzaamheid. Wij hebben wel relatie met anderen maar vaak zonder met hen werkelijk te communiceren. (Als slaven van ons egoïsme is het onmogelijk naar de ander toe te gaan.) De mens is een relationele wezen en het is van vitaal belang een goede relatie met onze naaste te hebben. Daarom zijn de deuren zo belangrijk. Christus, de deur, wil dus een soort middelaar worden tussen ons en onze naasten. Maar wij kunnen ook beslissen geen deur te gebruiken. Wij mogen andere wegen kiezen. De deur is een element die ons aan onze strategie laat denken. Bijvoorbeeld, vaak vroeg ik me af of zeg ik tegen een ander: waarom moet je een bochtige en ingewikkelde weg kiezen om een oplossing te vinden, was het niet makkelijker normaal en eenvoudig te doen? Vaak lopen we ingewikkelde wegen die in werkelijkheid heel veel moeilijker zijn dan de eenvoudige realiteit te accepteren zoals het is. Wij willen vaak via het raam naar buiten gaan. Wij hebben de weg van de deur nodig, de eenvoudige weg leren kennen. Ik ben de deur, zegt Jezus. Mijn essentiële referentie punt is de liefde die Jezus voor mij heeft, al zijn tederheid voor mij. Als Christus mijn leidsman en mijn deur is, is hij het die mijn leven leidt en mij naar binnen en buiten laat gaan. Alleen op deze wijze word ik werkelijk vrij tegenover mij zelf en mijn naaste.
Bemiddelaar te zijn is het andere beeld van het evangelie : het beeld van de herder. De herder die voorop de schapen loopt. De schapen volgen hem omdat ze zijn stem horen. Wij als schapen van de kudde van Christus hebben er een aanleg voor. Wij herkennen de stem van Christus, hij spreekt in ons binnenste en raakt onze ziel . Meestal lopen de herders achter de kudde. Zij brengen een stok mee en ook met de hulp van herdershonden zorgen zij dat er geen schaap verloren gaat. Jezus niet, hij is een rare herder. Hij loopt voorop en als ik stop hem te volgen dwingt hij me niet. De relatie van de kudde met de herder is een relatie van vrijheid. Ik volg hem omdat ik het leuk en goed vind. Want ik hou van wat hij zegt. Ik volg hem omdat hij weet hoe hij mij kan laten uitgaan en in mezelf treden omdat zijn stem tot binnen mijn geweten komt. Christus is de weg van de vrijheid, hij houdt van ons, hij zegt ons mooie en zoete woorden en wij beminnen hem .
Wie het vak van herders verrichten, vaders, moeders, ambtenaren, kijk maar naar Christus, de goede herder. Alleen door je liefde, door je mooie woorden en door de autoriteit van je eigen authenticiteit wordt aan jou een gezag toegekend. Christus onze deur en onze herder dwingt ons niet en leidt ons zijn kudde door de tederheid van zijn stem. Amen pastor Giancarlo Rizzo
|