Verkondiging op 17 juli 2011, Zestiende zondag door het jaar, in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg

Wijsheid 12,13.16-19, Romeinen 8,26-27, Matteüs 13,24-43

Wij maken in ons leven van alles mee aan vreugde en verdriet. Als het ons of onze naasten slecht gaat, dan stellen wij gauw de vraag naar het waarom. Onrechtvaardig is het dat een baby een wiegendood sterft,- dat een jong mens verongelukt, dat een blinde man een sigarettepeuk in zijn gezicht krijgt door meisjes die hem willen beroven. Ontrechtvaardig is het dat de roep om vrijheid in allerlei landen keihard neergeslagen wordt en dat er elders onverwacht een aardbeving of een kernramp is. Er is zoveel onkruid, zoveel kwaad in de samenleving en op aarde, dat het ons bestaan lijkt te overwoekeren. Krant en TV staan er bol van. Ik en misschien u ook, worden er af en toe moedeloos van. Waar komt al die ellende vandaan en wat kan ik eraan doen?

In het evangelie van vandaag stelt Jezus niet dit levensgrote probleem aan de orde. Hij geeft antwoord op de vraag, of hij de Messias is: degene die Rijk Gods zichtbaar maakt in de wereld,  een wereld die ook overspoeld wordt door het onkruid van het kwaad. Het plot van het verhaal dat hij vertelt, draait om een man die overdag goed zaad op zijn akker heeft gezaaid en zijn tegenstrever die er ‘s nachts stiekem onkruid tussen zaait. De werkers op het land onderhouden zich met de eigenaar over de ontstane situatie. Ze vertellen hem over het opgekomen onkruid en vragen naar de oorzaak. De eigenaar weet meteen wie het gedaan heeft: een vijandig mens. De werkers stellen als oplossing voor om het onkruid eruit te halen maar dat vind de eigenaar te riskant voor de tarwe. Hij wil dat tarwe en onkruid samen opgroeien totdat de tijd daar is om te oogsten. In zijn laatste uitspraak richt de eigenaar zich niet tot de werkers maar tot de toekomstige maaiers: zij zullen bij het oogsten het onkruid eruit halen en in bundels verbranden. De tarwe zullen  ze verzamelen in de schuur.

Jezus zegt dus – zowel het goede als het slechte gaan samen op. En dat is een constatering die wij ook in onze tijd nog kunnen beamen. Alleen, het definitieve onderscheid tussen goed en kwaad, tussen het rijk Gods en het Rijk van het kwade komt pas op het einde van de tijden.

Is dit dan een uitnodiging om in lijdzaamheid af te wachten en het kwaad zijn werk te laten doen? “Nee” luidt het antwoord van Jezus. Het kwaad moet je zien en in de gaten houden. Je moet het onderscheiden en niet verwarren met het goede zaad dat opschiet. Je moet erop vertrouwen en eraan meewerken, dat het kleine en kwetsbare, het mosterdzaadje opgroeit tegen de verdrukking in en uitgroeit tot iets moois. Net als het Rijk van God, dat is als gist dat in alle meel wordt verwerkt en het meel doet gisten. Het gist is beeld van de persoon van Jezus en van allen die meewerken aan dat Koninkrijk van God. Op het einde van het verhaal is dan zichtbaar, dat deze kinderen van het Rijk het zullen winnen.

De auteur van het Boek Wijsheid, waar vandaag uit gelezen is, vertolkt zijn geloof dat God rechtvaardig is voor iedereen en met zachtheid oordeelt. Zo ook geeft Jezus zijn tijdgenoten de ruimte om anders te gaan leven en te staan in het Rijk Gods. Mensen die fout doen; zij krijgen kansen. Dat zie je bij  Zacheüs , de overspelige vrouw, de Samaritaanse aan de put, en het verhaal van de verloren zoon en de Barmhartige Vader. Allemaal bekende Jezus-verhalen.

We weten het, er is kwaad - het kwaad dat mensen elkaar aandoen in relaties, in misbruik, in moord en in doodslag. Er is kwaad in werksituaties, in de politiek. Er is het kwaad van de economische verhoudingen. Er is kwaad in en tussen wereldgodsdiensten. Er is kwaad in het groot en in het klein. Soms als onkruid dat alles overwoekert. Maar het heeft geen zin God de schuld te geven van deze onrechtvaardigheid, maar bij onszelf te rade te gaan. Want vaak kunnen we daar wel iets aan doen, vanuit ons rechtvaardigheidsgevoel en door op te komen voor vrede en gerechtigheid. Jezus is ons daarin voorgegaan en spreekt erover; dat wij als gist zijn en als wij dat zijn, dan verandert alles. Hij zet ons aan om door te zetten tegen de verdrukking in, zoals het kleine mosterdzaadje in feite ook bergen kan verzetten. Gelukkig dat veel christenen deze houding hebben en samen met anders gelovigen deze wereld proberen te maken tot een hemel op aarde. Het goede zal groeien en vrucht dragen, het kwade zal als het onkruid verzamelt worden en uiteindelijk het onderspit delven. Dat is het visioen van Gods Koninkrijk.

Maar er blijft  nog zoveel kwaad dat ons overkomt en waarbij we ons afvragen, waarom…? Waarom de slechte dingen in het leven ons boven het hoofd dreigen te groeien, waarom we ziek worden, of te jong sterven. Daar spreekt Jezus vandaag niet zozeer over , maar elders horen we hoe hij dichtbij mensen probeerde te zijn, hen opbeurde, verloste, hen leven gaf. Hij zag God daarbij niet als veroorzaker van dit persoonlijke leed, maar liet zien dat hij en zijn volgelingen  er zijn om in Gods naam te troosten en te behoeden, te verzachten en woordeloos aanwezig te zijn. Jezus maakte daarbij Gods naam – Ik ben er voor jou – wáár in het leven van alledag. In zijn voetspoor mogen wij hetzelfde doen en op deze wijze het onkruid, de ellende die anderen treft, proberen tegen te gaan. Dan groeit het Rijk van God, tegen de verdrukking in.

Pater Jan Haen C.Ss.R.