Verkondiging op 31 juli 2011, Achttiende zondag door het jaar, in de Laurentiuskerk te WeespEerste lezing : Jesaia 55,1-3, Evangelie : Matteus 14,13-21 Het evangelie verhaal staat bekend als de wonderbare broodvermenigvuldiging. Het is één van de vele wonderverhalen van Jezus. En toch is het een heel bijzonder verhaal onder de wonderverhalen – de verhalen van genezing, demonen uitdrijving enz. Het is namelijk vreemd dat de grote menigte op geen enkele manier reageert op de wonderlijke gebeurtenis van de broodvermenigvuldiging. Het is alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Bij andere wonderverhalen worden wij op de hoogte gesteld van de uitbundige reacties van de omstanders. Verwondering en blijdschap gaan dan gepaard met ontzag voor die Jezus, de wonderdoener. Maar hier niets van dat alles. De andere schrijvers van Evangelieverhalen schrijven hetzelfde over de broodvermenigvuldiging. Ook zij laten geen spoor van verbazing zien bij de duizenden mensen die het meemaakten. Wat sterk benadrukt word in dit verhaal van Matteüs is niet zozeer de broodvermenigvuldiging maar het feit dat alle mensen tot verzadiging gegeten hadden en dat er toen daarna nog manden vol eten overbleven. Overvloed dus. ‘Allen aten en werden verzadigd’. Zo staat het in alle evangelie verhalen. De evangelieschrijvers willen de lezers, en dus ook wij hier en nu, ervan doordringen, dat Jezus in een lange joodse traditie staat van profeten, die het volk deelgenoot wil maken van het grote visioen van het Koninkrijk van God, vol rijkdom en overvloed. Jezus lost een belofte in die wij messiaans noemen, en dat is; Hij redt mensen in nood en deelt uit tot iedereen verzadigd is. Het lijkt mij dat zoiets als muziek in de oren van President Obama en Amerikanen moet klinken die momenteel worstelen met een enorme begrotingscrisis. En die ontelbare mensen in de hoorn van Afrika die momenteel met hongerdood bedreigd worden. Jezus red mensen in nood en deelt uit tot iedereen verzadigd is. De eerste lezing had vandaag een soortgelijk verhaal over de profeet Elisa, die zijn knecht tijdens een hongersnood opdracht geeft om met twintig broden voor honderd profeten een maaltijd klaar te maken. ‘Geef hen dit te eten,’ zegt Elisa, ‘en zij zullen eten en overhouden.’ God stilt de honger van de mensen, verkondigen de profeten. Dat deed God al toen het volk in de woestijn ronddoolde en dreigde te verhongeren. Manna regende het toen, brood uit de hemel. Hebben die vijfduizend mensen uit het evangelieverhaal misschien aangevoeld wat Jezus bezielde en zijn ze aangestoken door zijn messiaanse geest? Zijn ze toen wellicht gaan breken en delen met elkaar tot iedereen verzadigd was? ‘Geven jullie die mensen te eten,’ zegt Jezus tegen zijn leerlingen, die in paniek raakten bij het zien van heel die mensenmassa. Ik merk dat ik ook wat in paniek raak bij het lezen over die talloze hongerige mensen in de Hoorn van Afrika, of elders, en er dreigt een soort machteloosheid bezit van mij te nemen. Kent u dat ook? Maar Jezus, hij gaf het goede voorbeeld. Hij nam het weinige dat aangeboden werd in ontvangst, en brak het brood en deelde het uit aan hen. En de leerlingen, ze begrepen het gebaar en geestdriftig mengden ze zich toen onder de menigte, brekend en delend. Voor de ogen van Jezus ontrolde zich het profetisch visioen van het messiaanse rijk, dat toen even gestalte kreeg op die grasvlakte bij het vallen van de avond. Een waarlijk wonderbare broodvermenigvuldiging. Twaalf manden bleven over, voor elke leerling een mand. Met die volle mand kwamen ze terug bij hun rabbi Jezus en begrepen toen pas echt de betekenis van de geestdrift van de profeten over het komende koninkrijk dat verzadiging en overvloed zal brengen. De vraag is, begrijpen wij nu echt de betekenis van de geestdrift van de profeten over het komende Koninkrijk dat verzadiging en overvloed zal brengen. Die profeten waren geen wereldvreemde idealisten die droomden over een verre toekomst of een leven na de dood. Het visioen dat zij voor ogen hadden was de maatstaf voor het leven. Dankbaar ontvangen, breken en delen –zo heeft het visioen van het Koninkrijk van God met een royale overvloed zijn weerslag op het leven van alledag. Zo zijn de woorden van God brandstof voor werkelijk leven., Uw leven, mijn leven, het leven van de hongerige waar ook ter wereld, van wereld leiders, bedrijfsleiders, allerlei mensen die groot of klein hun stempel leggen op het leven. Laten wij veel van deze brandstof tot ons nemen. Amen. Pater Jan Haen C.Ss.R. |