Verkondiging op 21 augustus 2011, Een-en-twintigste zondag door het jaar, in de Laurentiuskerk te WeespEerste lezing : Jesaja 22, 19-23, Evangelie : Matteüs 16, 12-20 Er zijn dit jaar verschillende revoluties uitgebroken. Het begon in Tunesië, sloeg over naar Egypte. Toen kwam Libië aan de beurt, de Emiraten, en nu nog steeds in Syrië. Dictators hebben moeten vluchten, hebben terug gevochten, zijn afgezet. “Het is genoeg” stond er op spandoeken. Het volk liet weten dat macht, ook politieke macht niet willekeurig gebruikt mag worden. Zeker niet ten koste van eigen volk. Na jaren verdrukking, onderdrukking pikten de mensen het niet meer. Hoezo? Wij weten uit opvoeding en het onderwijs wie echt gezag heeft. Niet de ouder of leraar die alleen maar eisen stelt en strenge straffen uitdeelt, 'Je doet wat ik zeg en anders niets.' Kinderen voelen wie echt hart voor hen hebben en gericht zijn op hun welzijn. Als ouder of onderwijzer sta je sterker in je gezag als je aan die voorwaarde voldoet: hart hebben voor degene voor wie je moet zorgen. Dit nu ontbrak volkomen bij de dictators en bij Sebna die we tegen kwamen in de eerste lezing van Jesaja. Sebna bestuurde het paleis als een soort eerste minister. Sebna had het verbruid, was op eigen gewin en glorie uit. Hij liet voor zichzelf een praalgraf bouwen in de rotsen. Hij dacht meer aan zichzelf dan aan de mensen voor wie hij moest zorgen. De profeet raadt aan, in de naam van God, hem te verjagen en een andere, betere gezagsdrager aan te stellen. ‘Hij moet een vader zijn voor de bewoners van Jeruzalem en voor het huis van Juda.’ Misdaad loont niet, maar verkeerd gebruikte macht of gezag al helemaal niet. Dus Eljakim mag Sebna opvolgen. Hij wordt met de nodige eretekenen omhangen. Welke last krijgt hij op zijn schouders? Symbolisch gezegd; De sleutel van Davids huis. De nieuwe sleutel figuur Eljakim moet proberen de afstammelingen van David te leiden, een voorbeeld te zijn. Met gezag en verantwoordelijkheid. Wie de sleutels in handen heeft, zit goed, zou je denken. Hij kan openen en sluiten, de grens bepalen. Tot hier en niet verder. Hij is de baas, heeft aanzien, mensen kijken naar hem op. Maar diezelfde sleutels kunnen ook zwaar wegen! Sleutels maken je verantwoordelijk, geven je verplichtingen en niet zo weinig ook. Er moet maar eens iets mis gaan: wie is de eigenaar van die auto, dit huis, dat bedrijf? En als je als sleutelfiguur regels opstelt voor je mensen; wanneer doe je het nou ooit goed? In verband daarmee houdt Jezus in het evangelie vandaag een leergesprek met zijn leerlingen. Het gaat om de vraag wie de Mensenzoon is. Een titel die in joodse kringen doelt op de lang verwachte Messias. Iemand die op aarde de verbinding legt met de hemel. Jezus vraagt door. Hij neemt geen genoegen met wat ‘men’ zegt. Achter uitspraken van anderen kun je immers verschuilen. ‘Wie ben ik volgens jullie?’Geen vraag die je gemakkelijk af kunt doen, maar een vraag die de eigen ziel treft. Als een pijl die de roos zoekt. ‘Wie ben ik volgens jullie?’ Is Jezus een gezagsvol profeet voor mij, voor u, een man van God met krachtdadige woorden?’ Een sleutelfiguur misschien, die de goddelijke wereld voor ons mensen op aarde kan ontsluiten? Vertrouwen wij op Jezus, meer dan op onszelf? ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God.’Petrus antwoord rolt er als een belijdenis uit. Wat opvalt is dat het woord ‘Mensenzoon’ niet over zijn lippen komt. Wel ‘Zoon van de levende God.’ Een levende God, een God in beweging, bewogen om mensen en meelevend met al hun wel en wee. God die niet afstandelijk op een hoge troon zetelt, maar God die leeft met ons. Een die zich laat zien in Jezus. Het antwoord dat Simon, zoon van Jona, geeft, bevalt Jezus zeer. Zijn spontane woorden roepen bij Jezus andere woorden op. ‘Op jou kan ik bouwen, jouw geloof is stevig als een rots. Mijn kerk heeft zo’n fundament nodig.’ Een sterke bevestiging in het geven van grote verantwoordelijkheid;’Ik zal je de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen.’ De kerk heeft enerzijds een rotsvast fundament , een degelijke verankering. Maar er is meer, zoals Petrus al aangaf; het gaat anderzijds om de levende God. De kerk van geroepenen, met haar regels en wetten, is er om te getuigen van de levende God. Een God van bevrijding, een God die leven geeft. Daarin hebben u en ik onze verantwoordelijkheid. We zijn geroepen kinderen van God te zijn; om in alles wat u en ik zeggen en doen te verkondigen en te getuigen dat onze God een God van leven is. Niet meer en niet minder. God help ons, toch! Pater Jan Haen C.Ss.R.
|