Verkondiging op 28 augustus 2011, Twee-en-twintigste zondag door het jaar, in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te MuiderbergEerste lezing : Jeremia 20,7-9, Evangelie : Matteüs 16,21-27 Liefde en lijden horen onafscheidelijk bij elkaar. Houden-van betekent je zorgen maken. Maar wie van ons zou daarom niet willen liefhebben? Liefde is immers het mooiste wat het leven bieden kan. Dat moeten we ons voor ogen houden als we het begin van het evangelie van vandaag lezen. Jezus maakt zijn leerlingen duidelijk dat Hij veel zal moeten lijden en zal worden gedood. Aan dat ‘lijden’ is vaak een andere uitleg gegeven. Het werd zo uitgelegd alsof het Gods opdracht was aan Jezus om te lijden, alsof God dat zo wilde. Dat is zoiets als je af en toe nog in de krant leest: mensen die aardbevingen, overstromingen zien als straf van God. Het zou Gods wil zijn om het eindeloos te laten regenen. Maar wat is dat voor een God? Nee, Jezus moest lijden, maar niet omdat God dat van Hem wilde, niet omdat God zijn dood wilde. Jezus moest lijden omdat lijden en dood bij het leven horen. Omdat lijden en dood de onafscheidelijke andere kant zijn van liefde en leven. Want zo kennen we Jezus immers. Hij koos voor een leven van liefde, voor een leven van trouw. Hij wilde niet anders leven, ook al wist Hij wat de consequenties waren; verdriet en zorgen, angst en lijden. Hij wilde gewoonweg niet kiezen voor een zogenaamd ‘leuk’ leven zonder risico’s. 'Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. En wie zijn leven verliest vanwege Mij – dat is vanwege liefde en trouw – die zal het vinden.' Jezus stond in die levenskeuze niet alleen. Velen voor Hem en na Hem hebben zijn keuze gedeeld. We hoeven alleen maar te denken aan de eerste lezing waarin de profeet Jeremia aan het woord is. Jeremia weet zich door God geroepen om zijn volk te waarschuwen voor al het onheil dat dreigt. Maar – zoals zo vaak – zijn woorden worden hem niet in dank afgenomen. De mensen lachen hem uit en nemen hem zelfs meer dan eens gevangen, omdat hij zijn mond maar niet houdt. Het doet zeer, het maakt eenzaam, het verwijdert hem van vrienden en familie. Maar Jeremia kan zijn mond niet houden. Zoveel houd hij van zijn volk, zo groot is zijn liefde en trouw. Wat te denken van die man die zijn zieke vrouw verzorgt tot aan haar dood. Die haar pijn verzacht, haar wensen vervult, haar angsten serieus neemt. Die er is, dag in dag uit, nacht in nacht uit. Tot hij zelf haast niet meer kan. Zo groot is die liefde en trouw van hem. Liefde betekent lijden: zoveel mensen, ze weten er alles van. Er is er een die het nog niet weet en dat is Petrus. Het is niet voor niets dat hij zo streng terecht gewezen wordt, want hij maakt een kardinale fout: hij denkt dat het te ontlopen is. ‘God verhoede het, Heer. Dat zal U zeker niet gebeuren’, is zijn emotionele reactie op Jezus’ aankondiging van zijn lijden. Het is natuurlijk allemaal goed bedoeld. Wat zouden wij immers allen die ons lief zijn graag willen behoeden voor het lijden, dat hen misschien te wachten staat. Maar we kunnen niemand het lijden besparen. Er is geen weg, geen manier om dat te doen. Als je liefhebt, als je houdt van het leven, dan zul je lijden. Het is niet voor niets dat Petrus zo streng terecht gewezen wordt: Satan wordt hij genoemd. Dat betekent letterlijk; tegenstander, degene die zich dwars opstelt. En dat doet Petrus hier. Hij is hier niet de rots waarop de kerk gebouwd zal worden, hij is hier het struikelblok, de hindernis die de weg van liefde en trouw blokkeert. 'Ga achter Mij', zegt Jezus hem. Petrus moet zijn plaats weer weten: niet tegenover, maar achter Jezus, Hem volgend op zijn weg. Dan zal hij merken dat lijden weliswaar niet te voorkomen is, maar dat het wel overkomelijk is. Dat wordt ons vandaag ook gezegd: een mens kan het lijden aan. Een mens kan er door heen, het uithouden, er soms zelfs rijker van worden. Dat kan allemaal als wij de liefde hebben en de trouw. Wij kunnen het lijden aan als wij mensen om ons heen hebben die meeleven en meelijden. Wij kunnen het lijden aan als er anderen om ons heen staan die ons niet alleen laten in ons verdriet, ons niet alleen laten met onze zorgen en angsten. Petrus kan dat allemaal leren als hij Jezus volgt op zijn weg. En hij kan nóg iets leren. Toen Jezus vertelde dat Hij de dood zou vinden, zei Hij er nog iets achteraan: dat Hij op de derde dag zou worden opgewekt. Dat mogen we niet vergeten in al onze strijd. Dat is het meest bijzondere van alles. Lijden hoort bij het leven, is de schaduwzijde van de liefde. Maar God laat ons in het lijden en in de dood niet alleen. Hij houdt ons vast. Hij zal ons uit elk lijden, uit elke dood doen opstaan. Pater Jan Haen C.Ss.R. |