Verkondiging op 11 september 2011, Vier-en-twintigste zondag door het jaar, in de Nicolaaskerk te Muiden en de Boskapel te Muiderberg

Eerste lezing: Sirach 27, 30 - 28,7, Evangelie: Matteüs 18,21-35

Het thema van de broederlijke relatie die met het Evangelie van vorige zondag al begonnen is, laat ons binnentreden in een mysterie, en een actie, een van de meeste ingewikkelde acties die de mens in het leven te doen heeft. De actie om de aanwezigheid van de Heilige Geest in het hart van een mens te laten zien. Het moeilijkste om te doen: het vergeven. Vergeving schenken staat centraal in ons leven. Diegene die niet vergeeft, die zich niet met zijn naaste verzoent, draagt een enorme last met zich mee. Diegene die vergevingsgezind is, bevrijdt zich van zijn fouten en die van anderen. En nog meer, hij groeit als persoon want hij brengt een positieve structuur in zijn leven wat eerder slechts  vernietigend was.

Jezus heeft dus vorige week gesproken over de verzoening tussen broeders, en dat wij bereid moeten zijn om de relatie met onze naaste weer te redden. Toen kwam Petrus bij Hem en zei: ‘Heer, hoe vaak moet ik mijn broeder vergeven als hij mij iets misdoet? Tot zeven keer toe?’ Zeven is niet weinig! Stel je voor iemand die zeven keer om vergeving moet vragen voor een ernstige fout. Petrus denkt volgens een logica van openheid. Er zijn veel mensen die nog nooit om vergeving hebben gevraagd, stel je voor tot zeven keer toe.

Jezus zei hem: ‘Niet tot zeven keer toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven keer'. Dat is een ontzettend hoog aantal, het zou voor ons betekenen alle mensen die wij kennen. Hoe is het mogelijk? Om dat uit te leggen vertelt Jezus de parabel van een man die een schuld van tienduizend talenten aan zijn koning had. Dit was een enorme hoeveelheid geld. Het is heel moeilijk zo'n schuld op te bouwen. Maar wat nog interessanter is, is dat toen die dienaar, wiens schuld de koning had kwijt gescholden, buiten kwam, hij een van zijn mededienaren bij de keel greep,  omdat die hem honderd denariën schuldig was. Honderd denariën was een heel klein bedrag. Het is niet duidelijk waarom deze dienaar zo agressief en gewelddadig is geworden. Waarom werd hij zo kwaad en onverbiddelijk naar zijn naaste die hem veel minder schuldig was, dan hijzelf aan de koning?

Deze vraag staat centraal in het Evangelie van vandaag maar ook in ons leven. Als wij het antwoord van de dienaar aan de koning goed bekijken zien wij onmiddellijk wat voor soort mens wij hier voor ons hebben. De dienaar viel voor de koning neer en vroeg: “Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen”. Honderd denariën teruggeven lijkt niet zo’n groot probleem, maar tienduizend talenten ineens ophoesten lijkt onmogelijk. Daarom kunnen we zeggen dat de reden waarom hij geen vergiffenis heeft geschonken aan zijn mededienaar, is dat de dienaar de vergeving (kwijtschelding) van de koning niet begrepen heeft. Hij dacht dat hij in staat was zijn schulden te betalen. Het was alleen maar een kwestie van tijd, daarvoor vroeg hij geduld. Deze man heeft geen vergiffenis gevraagd maar geduld. Deze man vertrouwde op zijn kracht, op zijn capaciteiten maar hij kende zichzelf niet. Het is een kwestie van mentaliteit. Ik heb ook dit soort types leren kennen, en ik was ook een beetje zo, mensen die fouten maken maar geen hulp vragen om ze te herstellen, aan niemand. Zij zijn in handen van mensen aan wie zij geld moeten teruggeven, zij zijn slaaf van drugs, van seks, van gokken, van hun eigen hoogmoed, maar zij menen zichzelf te kunnen redden, door hun wil, hun kracht. Het is alleen maar kwestie van tijd en geduld. Maar zonder hulp zullen ze het nooit redden en zo gefrustreerd raken en boos worden op hun naasten.

Voor ons is dat belangrijk om te begrijpen. Het is niet waar dat wij altijd onze fouten mogen herstellen. Onze fouten, onze zonden kunnen wel vergeven worden. Het kwade dat we hebben gedaan, de schade die wij hebben veroorzaakt, dat blijft onuitwisbaar in de werkelijkheid, er is niets aan te doen. Er zijn schulden die we niet kunnen terugbetalen. Zolang wij de ernst van de zonde niet begrijpen, begrijpen we ook niet de vrijgevige vergeving van God. Het is een gave van God die ons bemint.

Als we in ons hart blijven denken: als ik me maar voldoende inzet dan komt alles in orde! Het is de neiging om te denken dat we ons met onze inspanningen kunnen bevrijden van de smet van onze zonden. Maar dat kan niet. Alleen onze Heer Jezus Christus, die dood is gegaan voor onze zonden, kan onze zonden vergeven, er is geen andere oplossing. Ondanks onze wil om niet meer te zondigen, onze inspanningen om beter te worden, om goed te zijn, hebben we een verlosser nodig. Wij blijven altijd schuldenaren zoals wij iedere keer weer zeggen in het  'onze Vader'. Zoals de evangelist Lucas zegt: wie weinig wordt vergeven, heeft weinig liefde' (Lc 7,47). De bewustwording dat ons onze schuld wordt vergeven is een groot geschenk dat ons doet openstaan voor een tedere benadering van de fouten van anderen.  Zo ontstaat de vergeving voor de schulden van onze naasten. Wie ben ik dat ik over de andere oordeel, dat ik boetedoening eis voor schulden die veel kleiner zijn dan mijn eigen schuld met God.

God kent mijn hart, mijn gedachten, God kent de tienduizend talenten die ik niet kan terugbetalen. Als wij eerlijk tegenover God zijn, zal hij ons een nieuw leven schenken vol van dankbaarheid en liefde voor zijn barmhartigheid. Vergiffenis vragen is niet makkelijk, maar hoe meer we ons bewust zijn van onze grote schuld aan God, hoe meer liefde wij voor God en voor onze naasten zullen hebben. Amen

Pastor Giancarlo Rizzo