Verkondiging op 11 september 2011, Vier-en-twintigste zondag door het jaar, in de Laurentiuskerk te Weesp

Eerste lezing : Sirach 27:30-28:7, Evangelie : Matteüs 18:21-35

De lezingen van deze week maar ook die van vorige week zijn eigenlijk maar moeilijk te begrijpen voor ons.

Moesten wij vorige week onze naasten onder vier ogen tot de orde roepen vandaag horen wij in de lezingen dat wij moeten vergeven in plaats van te vergelden.

Dat is niet makkelijk, nee dat is heel moeilijk. Dat zit blijkbaar in ons.

 

Als mensen ons goed doen, willen wij graag iets terugdoen, met andere woorden, voor wat hoort wat.

Maar nu de andere zijde van de medaille, als de mensen ons kwaad doen, willen wij dat vergelden, want het recht moet zijn loop hebben.

En dus betalen wij hen terug met, oog om oog, tand om tand. Het liefst nog een beetje meer.

Gevoelens van wraak, wrok, vergelding maken heel dikwijls van slachtoffers daders.

Denken wij aan Noord-Ierland, Rwanda, het Midden Oosten, voormalig Joegoslavië.

Ze lieten en laten ons zien waartoe vergelding leidt.

 

En Zuid Afrika bewaart alleen de vrede als degenen wie zoveel onrecht is aangedaan, kiezen voor vergeving in plaats van vergelding, daarbij geïnspireerd door Nelson Mandela.

In de eerste lezing lezen wij dat wrok en gramschap afschuwelijks zijn.

Wie wraak neemt, zal de wraak van de Heer voelen, en de Heer zal zijn zonden nooit vergeven.

Kan een mens die tegenover een medemens in zijn gramschap volhardt bij de Heer zijn heil komen zoeken?

Maar in dezelfde lezing is ook de oplossing te vinden: Vergeef uw naaste zijn onrecht, dan worden, wanneer gij er om bidt uw eigen zonden kwijt gescholden.

 

In het evangelie horen wij, dat Petrus zeven keer vergeven eigenlijk  genoeg vindt

In vergelijking met het gezegde oog om oog en tand om tand is dat een mooi compromis

Met andere woorden, Hij is wel goed maar niet gek

Maar Jezus vraagt om zeventig keer zeven, dat wil zeggen ontelbaar eindeloos vergeven.

Een vrouw bezoekt een kerk en schrijft in het gastenboek, wat voor prachtig gebouw het is.

Maar zij schreef er ook in, voor wie zij in die kerk gebeden had: Ik heb hier gebeden voor de vermoorde Belgische kinderen, hun ouders maar ook voor de daders. Zij heeft het evangelie werkelijk begrepen.

Vergeving brengt altijd Gods rijk een stukje dichterbij.

 

Een waterdrager in India had twee grote emmers; elke emmer hing aan een kant van een juk dat hij over zijn schouders droeg. Een van de emmers had een barst, de ander was in perfecte staat.

Terwijl de tweede emmer, aan het eind van de lange weg, tussen de rivier en het huis van de meester een volle portie water afleverde, was tegen die tijd de gebarsten emmer nog maar half vol.

Natuurlijk was de goede emmer bijzonder trots op zijn prestaties, omdat hij perfect voldeed aan  het doel waarvoor hij gemaakt was.

Maar de arme gebarsten emmer was beschaamd om zijn gebrek, en voelde zich ellendig omdat hij maar de helft kon presteren van wat je van hem had mogen verwachten.

Is die situatie bij ons ook niet van toepassing. Functioneren wij altijd perfect . Nee

Wij zijn toch allemaal meer of minder gebarsten emmers. De een met een kleine en de ander met een grote barst.

Zijn wij allen niet de gehele dag bezig met waterhalen om te leven of te overleven.

 

Onze zieken, onze minder validen, onze geestelijk zieke medemens ze hebben toch allen water nodig.

En kijk dan eens naar al die mensen, het water dat zij gebruiken, en denken zelf  nodig te hebben, een gedeelte morst of lekt, waar anderen dan weer iets mee zouden kunnen doen.

De waterdrager was erg slim, de lekkende emmer droeg hij altijd aan dezelfde kant. En in de loop van de tijd, groeide en bloeide er een bloemenpracht aan een zijde van de weg, terwijl de andere kant van de weg dor en stoffig bleef. Is het ook met de zonnebloemen niet zo gesteld. Ook zij groeien door aan de kant van de weg, de ene groot de ander klein. Met het water, dat wij zelf niet nodig hebben.

 

Als je er voor openstaat en spreekt over je vertwijfeling, dan zal ook jij zicht krijgen op datgene wat jouw unieke kwaliteiten bijdragen aan het leven en aan de mensen die je dierbaar zijn.

Ga dapper voort en weet, dat we in onze zwakheid ook onze kracht kunnen vinden.

 

Gerard Tijssen, lid liturgiegroep