Verkondiging op 18 september 2011, Vijf-en-twintigste zondag door het jaar, in de Boskapel te Muiderberg

Eerste lezing: Jesaja 55, 6-9, Tweede lezing: Filippenzen 1, 20c.24.27a, Evangelie: Matteüs 20, 1-16a          

Beste mensen,

 

          In het evangelie van vandaag vertelt Jezus ons een verhaal over uitbetaling van lonen aan arbeiders die de hele dag voor de landeigenaar van een wijngaard hebben gewerkt, èn aan arbeiders die veel kortere tijd hadden gewerkt. Dat zij allemaal dezelfde beloning ontvangen, kunnen wij toch niet eerlijk vinden! En als Jezus die baas dan laat zeggen dat het hem vrij staat om te betalen wat hij wil… Wat moeten wij dáár nou mee? Daar hoeft een directeur niet mee aan te komen. Hem staat het niet vrij.  En desnoods maakt het personeel hem dat wel duidelijk óók!

          In Jezus' dagen lagen de arbeidsverhoudingen wel wat anders dan nu. Maar óók toen klopte dit niet. Waarom vertelde Jezus dat verhaal dan? Jezus wilde  - precies zoals hij dat vaak deed - met zijn verhaal een reactie geven op een gebeurtenis, als antwoord op een vraag. Korte tijd vóórdat Jezus het verhaal van vandaag hield, had Petrus aan Jezus een vraag gesteld: "Wij hebben werkelijk van alles prijsgegeven om U te volgden, vanwege dat Koninkrijk van U. Wat krijgen wij daarvoor nu eigenlijk terug?" Jezus heeft toen die vraag van Petrus serieus beantwoord en gezegd dat Petrus en de zijnen niets te kort zullen komen. "Maar" - zei hij toen ook - "denk er wel om: vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten!"

          En dát is precies wat Hij met deze gelijkenis vertelt. De parabel gaat niet over arbeids-verhoudingen, maar over hoe het toe gaat in het Koninkrijk van God. Daar worden geen nummertjes getrokken voor 'wie er aan de beurt is'. Daar wordt niet berekend hoeveel ieder afzonderlijk krijgt: omdat hij/zij zich bijvoorbeeld méér heeft kunnen inzetten bijvoorbeeld voor kerk of parochie,  zou hij/zij een grotere beloning mogen verwachten in Gods Koninkrijk. "Nee zo gaat dat niet," zegt Jezus. Want ieder mens heeft eigen mogelijkheden om zich in te zetten  voor een goede doel, voor een betere wereld, voor liefdevolle zorg voor anderen enz. Wij zijn allemaal zó verschillend. In het Koninkrijk van God deelt de Rechtvaardige en Barmhartige zó royaal uit, dat iedereen tot zijn of haar recht kan komen,

- dat iedereen bij God 'in tel' is.

          Dat is het evangelie - de Blijde Boodschap – in een notendop: God heeft zijn kinderen allemaal even lief, als zij van goede wil zijn. "Hoor jij er 'van meet af aan' bij? Nou ja, als dat zo is komt het toch wel goed met je." Dat zegt Jezus tegen Petrus en tegen ons. Maar… diegenen die altijd al aan de kant staan, die achteraan komen, díé laat ik voorgaan, zodat ze weten dat ze in tel zijn. Het Koninkrijk Gods kent geen eerste- en tweederangs burgers.

          De parabel van vandaag stelt zich op het standpunt van Gods goedheid, en laat ons van daaruit zien hoe bekrompen en berekenend wij soms zijn . Wat wij beoordelen als 'geen stijl' is - volgens de parabel -  de onnavolgbare stijl van God. De stijl van een grote gulhartigheid. De wereld van God is déze wereld, maar dán 'omgekeerd', want "de laatsten zullen de eersten zijn". En dát biedt iedereen in deze wereld een hoopvol perspectief.

           Want wie voelt zich soms niet klein te midden van alles wat in deze wereld op ons af komt? We weten dat 'de kleinen'  kostbaar zijn in de ogen van God: dát zegt Jezus vandaag óók tot ons!

           Moge deze zekerheid ons kracht en moed geven om als blij christen verder te leven.    

 Amen,

 

 Henk Samsom, emerituspastoor