Verkondiging op 13 November 2011, Drie-en-dertigste zondag door het jaar, in de Boskapel te Muiderberg

Eerste lezing: Spreuken 31, 10-13.19-20.30-31,
Tweede lezing: 1 Tessalonicenzen 5, 1-6,
Evangelie: Matteüs 25, 14-30

 

Beste mensen,

 

 De eerste lezing vandaag (uit het Boek Spreuken) begint met een vraag: "Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?" Dat het hier gaat over een huisvrouw, blijkt al direct na deze vraag. Want daar staat: "Het hart van haar man vertrouwt op haar en zijn winst zal hem niet ontgaan. Zij brengt hem goed, géén kwaad, alle dagen van har leven. En natuurlijk zullen mannen die met zo'n vrouw zijn getrouwd dit meestal bevestigen. Maar ik heb ook mannen meegemaakt die hun vrouw beschouwden als de "mindere", met een misbruikte tekst uit de Bijbel: "De man is het hoofd van de vrouw, en de vrouw moet onderdanig zijn aan haar man in alles." Zulke mannen weten niet (óf willen niet weten) dat in dezelfde Bijbeltekst ook staat: "de man moet zijn  vrouw liefhebben als zichzelf." Zo'n onderdanige vrouw wordt in "Spreuken" zeker niet als voorbeeld gesteld.  Een "sterke vrouw" is géén onderdanige vrouw, die "haar plaats" moet kennen. Neen, zij is een vrouw die vooral uitblinkt in zelfstandigheid. Haar echtgenoot zou er trots op moeten zijn dat hij de man is van een aanzienlijke vrouw! Gelukkig zijn er nog steeds huwelijken waar onderlinge waardering normaal is. En… "Gelukkig" zijn de kinderen die zulke ouders hebben.

 

Maar "sterke vrouwen"-, vrouwen die zich geheel inzetten voor goede doelen buiten hun eigen gezin -, die zich soms helemaal wegcijferen om een goede gemeenschap tot stand te brengen -, zijn van onbetaalbare waarde. Heel vaak zijn het vrouwen die zich in een gemeenschap als eersten voelen geroepen om hun medemensen van dienst te zijn om een hoger levenspeil te bereiken, terwijl de mannen aan de kant blijven staan, en zich overgeven aan hun persoonlijke pleziertjes. Via de televisie kunnen  wij vaak voorbeelden daarvan zien. In verre landen - zoals in Afrika - maar ook dichter bij huis -, staan vaak vrouwen het dichtste bij om oplossingen te vinden bij noodgevallen.

 

In praatgroepen (bij bijvoorbeeld Pauw en Witteman) valt het mij en Jan Divendal (mijn collega en huisgenoot) vaak op dat mannen eindeloos kunnen praten over de euro, en dat vrouwen hele zinnige dingen kunnen zeggen over menselijke zorg.

 

Vanaf de eerste bladzijde van de Bijbel lezen wij hoe God de hele schepping in handen van de  mensen legt. Het is aan  ons om - ieder met eigen mogelijkheden en talenten - aan de slag te gaan om de wereld te verbeteren. Het vraagt moed om bewust en actief te bouwen aan Gods Rijk. De boodschap die Jezus ons brengt, vraagt ook van ons risico's te nemen om tot een wereld te komen waar vrede en gerechtigheid heersen.

 

We weten wat ons te doen staat! Jezus heeft gezegd: "Alles wat je voor de minste broeders en  zusters hebt gedaan, dat heb je voor Mij gedaan."  Als wij dus iets voor Jezus willen doen, dan zijn er mogelijkheden genoeg. Kijk maar om je heen - ver weg en dichtbij!  Amen.

 

Henk Samsom, emerituspastoor